Pyjamaheld

Net als 25 jaar en een week geleden zag ik deze ochtend voor het eerst, na een lange periode hevige ups en downs, het licht. Ik besefte ineens dat ik de titel ‘wellness warrior’ van mijn voorstelling in februari 2013 niet geheel toevallig gevonden heb.



Het gaat nogal raar met de wereld. Dat is misschien altijd zo geweest. Ook ik heb veel meegemaakt en pieker weleens over wat zal komen. In het kader van wat ik minder fantastisch vind in mijn leven, las ik gisteren dit stuk. Vandaag schaam ik me dat ik me lang door negativiteit en naïviteit heb laten leiden. Dit snap ik niet helemaal, omdat ik altijd wat rebels geweest ben en misschien veel eerder kritisch had moeten handelen. De wet van de aantrekkingskracht hoef ik hier waarschijnlijk niet meer uit te leggen, al wil ik zeker nuanceren dat deze wet niet ultiem is. Sommige ellende trek je nu eenmaal niet zelf aan en sommige wensen zijn niet realistisch.



Het artikel herinnerde me er aan dat je zelf veel kan, nee, moét sturen. Soms betekent dat het aanpassen van je normen en waarden, waardoor je uiteindelijk groeit. Persoonlijk laat ik op dit moment een aantal van mijn waarden iets te veel de richting ingaan die anderen willen. Maar het is voor niemand eerlijk om steeds op anderen, hun hulp, hun empathie en goedkeuring te wachten alvorens je gelukkig te voelen. Daarbij kan je ze niet overal in vertrouwen. Dan bedoel ik bijvoorbeeld de hoge piefen die de allerarmsten zouden moeten helpen, maar er net in slagen ze toch te bestelen. Of een dierbare die je compleet verkeerd begrijpt. Wat ik daar tegen kan doen, weet ik niet meteen, maar ik wil misbruik en manipulatie niet langer toelaten.



Ons welzijn moeten we dus voor een groot deel in eigen handen nemen. En ja, dan spreek ikzelf vanuit een redelijk bevoordeelde positie. Terwijl ik zo begin 2013 slechts sporadisch sportte, train ik al bijna een jaar in zelfverdediging. Dit vormt fysiek, maar eigenlijk vooral mentaal mijn grootste uitdaging tot nu toe. Thuis doe ik ook enkele keren per week aan yoga. Eindelijk durf ik luidop te zeggen dat ik niet meer zonder (bewuste) beweging kan. Oftewel: dat ik deze jarenlange blokkering door mijn bange ego overwonnen heb en me steeds sterker voel. En mondiger. Geluk en gezondheid gaan natuurlijk verder dan dat; er is voor iedereen nog veel werk voor alle mooie kansen beter verdeeld zijn over onze gedeelde planeet. Bij deze sta ik alvast in een positieve warrior pose naar keuze klaar om ervoor te vechten.


Na het pakje grond in de brievenbus proberen te proppen, het toch maar via een postkantoor te laten opsturen en te piekeren of het nog op tijd zou aankomen, hebben we de analyse van onze tuin door de Bodemkundige Dienst ontvangen. Op het eerste zicht begreep ik er weinig van, maar na aandachtiger te hebben gelezen, kon ik er toch nuttige informatie uit halen. Zo weten we meer over de toestand en benodigdheden om van deze jungle een rijke groentetuin te maken.





We hebben blijkbaar te maken met zandleem, dat snel zou opwarmen en voedingsstoffen goed zou vasthouden. Stoffen zoals bijvoorbeeld koolstof, fosfor en magnesium zitten hoog vergeleken met de ideale waarde, waardoor we er niets extra van moeten toedienen. Enkel het natriumgehalte zou hoger mogen. In tegenstelling tot meerdere mede-tuinverkenners moet onze grond de komende jaren niet bekalkt worden. Doordat onze bodem al te alkalisch (of ‘niet zuur genoeg’) is en voeding grotendeels voor zich houdt, nemen planten noodzakelijke stoffen moeilijker op. Jonge bladeren zouden dus licht van kleur zijn.




Een tabel toont aan welke groenten om welke stoffen vragen. Hier leid ik uit af dat radijs, erwt en witloof het minst (in gram uitgedrukt, niet in arbeid of water) nodig hebben in onze tuin. Via de website van de Bodemkundige Dienst kunnen deze cijfers omgezet worden naar de juiste meststoffen. Het verslag legt de verschillende soorten meststoffen uit, maar dit gaat voorlopig iets te ver voor mijn bescheiden kennis.



Wat ik wel handig vind om te weten, is dat zelfgemaakte compost niet geschikt is als potgrond vanwege het hoge zoutgehalte: jonge planten zijn hier gevoelig voor. En ook leuk is dat compost voor gazon eerst fijngezeefd moet worden en dat stalmest voedende stoffen sneller afgeeft dan compost. Misschien moeten we onze grond door mest vervangen om plantjes te doen groeien…


In december vorig jaar vond ik via Facebook een zoekertje van Vlaams-Brabant: ‘Gezocht: 75 tuinverkenners’. De provincie hoopt met deze actie groenere vingers te kweken. Zoals vaker maakte mijn hart een sprongetje, om vervolgens mijn enthousiasme te betwijfelen. Kende ik niet te weinig van tuinonderhoud en zou het wel iets voor mij zijn? Het enige juiste antwoord bleek het opsturen van een kandidatuur en vanaf nu mag ik mezelf één van de tuinverkenners voor de Leve de tuin! – campagne noemen.

15135948_1076683785778003_561200124569594984_n2
Met 9 are, een hobbelige bodem en sterke bamboewortels staat ons al even veel werk te wachten. In mijn motivatie beschreef ik ons stuk groen als ‘een kleine oase van rust en wildere natuur, die toch dicht bij een dorpscentrum ligt’. Onze tuin bevindt zich op zo’n tweehonderd meter van het huis, met meerdere velden eromheen. De energie van het dorp is op amper enkele stappen merkbaar. Wat je hier ter plekke vooral hoort is de ruisende wind, de kabbelende Kleine Gete en de paarden aan de overkant van het beekje. De kalmte en het natuurlijk materiaal zijn er zeker, maar orde zullen we zelf moeten brengen.



Dankzij het gekregen tuindoosje kan elke ambassadeur van de campagne met een bodemanalyse beginnen. Dit wilden we sowieso laten doen, dus kwam het doosje heel goed van pas. Met een schepje namen we 25 stalen grond (inclusief grassprietjes en beestjes) die we goed mengden en in een katoenen zakje deden.

Nét iets te veel!
Nét iets te veel!

Dit zakje van maximum 1kg moest dan in een tweede verpakking en het geheel sturen we in een speciale envelop naar de Bodemkundige Dienst van België. Binnen een tweetal weken mogen we het verslag verwachten, waarna we aangepast advies kunnen vragen voor de mogelijkheden met onze bodem. Op dit moment lijkt het trouwens alsof we 25 molshopen in een groot kruis hebben.


Ik heb voorlopig geen idee hoe het met onze grond gesteld is, maar hoop natuurlijk later dit jaar van een gazon en zelfgekweekte planten en groenten te kunnen genieten. Tot die tijd probeer ik (als een moordzuchtige) zoveel mogelijk bamboe te verwijderen en inspiratie op te doen voor kleine projecten.


Afgelopen zondag 5 juni werd in het kader van het gemeentelijk klimaatplan de eerste editie van Eetbaar Hoegaarden gehouden. Op verschillende locaties te Hoegaarden en Outgaarden stelden bewoners hun (moes)tuin open en kon de plaatselijke natuur bekeken, beluisterd en geproefd worden. Zelf heb ik me aan een kruidenwandeling en het maken van een thee en een azijntje gewaagd.

Bloemenwater: vlierbloesem, rozenblaadjes, viooltjes, kamille en munt
Bloemenwater: vlierbloesem, rozenblaadjes, viooltjes, kamille en munt

In de pastorietuin waren verse kruiden en inspiratie in overvloed. Madammenateljee KVLV organiseerde er een kruidenworkshop waarvoor de opkomst aanvankelijk minder dan gehoopt was, maar uiteindelijk zelfs te groot werd. Na een verwelkoming met een zelfgemaakt bloemenwater gidste de sympathieke Mieke, mét verse bloemen als oorbel, ons doorheen de tuin met in elke bocht en elke hoek eetbaar groen. Bieslook, nagelkruid (nee, niet kruidnagel), het ontembare zevenblad, tijm, rozemarijn en munt zijn enkele van de groene schatten die we er vonden. Zeg trouwens niet ‘onkruid’ maar liever ‘wildkruid’. Wie de kans krijgt om de tuin te bezoeken en/of een opleiding tot herborist te volgen: doen.

Eens in het achterste gedeelte van de tuin zagen we de goedgevulde tafel met ingrediënten voor onze eigen thee en azijn. We konden kiezen tussen onder andere vlierbloesem, salie, gember, citroenmelisse, meerdere zoetstoffen zoals ahornsiroop en kokosbloesemsuiker… En lavendelkoekjes! Na nog wat uitleg over de heilzame eigenschappen van al deze opties mochten we aan de slag. Een beetje intuïtief ging ik af op de gember, citroenmelisse en kokosbloesemsuiker. Het was erg warm, dus kon ik wel iets fris en verkwikkend gebruiken. Het water moest eerst koken, dan weer afkoelen om er vervolgens enkele minuten (acht, maar dat geduld had ik niet) de thee of het infuus in te laten trekken. Lekker? Natuurlijk.

Een schijfje gember, twee versnipperde blaadjes citroenmelisse en een half theelepeltje kokosbloesemsuiker
Een schijfje gember, twee versnipperde blaadjes citroenmelisse en een half theelepeltje kokosbloesemsuiker

Een kopje thee en minstens vier koekjes later kregen we elk een flesje met appelciderazijn als basis. Af en toe een scheutje azijn in een salade vind ik wel oké, maar aan de veelzijdigheid van appelciderazijn te horen, zou ik het vaker moeten gebruiken. Om met een bescheiden smaak te beginnen, hield ik de extra’s voor in de fles op vlierbloesem, een paar takjes salie en enkele peperbolletjes. Intussen staat mijn azijn sinds zondag op een donkere plek en schud ik ‘m eventjes telkens ik er voorbij kom. Binnen een kleine week zal ik deze eerste poging kunnen beoordelen.

Azijn met vlierbloesem, salie en peper + azijn met tijm, salie, knoflook en peper
Azijn met vlierbloesem, salie en peper + azijn met tijm, salie, knoflook en peper

Initiatieven die de (Hoegaardse) natuur en het klimaat in de kijker zetten en daarbij dichte en minder dichte buren bij elkaar brengen, kan ik alleen maar toejuichen. En het was fijn om zo vlak bij huis met kruiden te mogen spelen.

Seringen, ik ben er dol op. Elk huis waar ik gewoond heb, had zo’n heerlijk geurende struik. En een goede vriendin die ik al bijna heel mijn leven ken, is ernaar vernoemd. Pure nostalgie! Helaas duurt het bloeifeest redelijk kort en beginnen de bloemen alweer bruin te worden. Vorig jaar ontdekte ik net te laat dat ze eetbaar zijn, maar deze lente heb ik er siroop van gemaakt.



Hoe? Waarschijnlijk op de meest eenvoudige manier ooit. De benodigdheden:

– een handvol seringenbloesems
– twee glazen water
– een half glas suiker




SeringenSiroopPlukken
Allereerst liet ik het water in een pannetje tot het kookpunt opwarmen. Daarna voegde ik er de suiker aan toe. Tussen het roeren door haalde ik voorzichtig bloemetjes van de tak en verwijderde ik de paar bruine blaadjes en stukjes stengel.



SeringenSiroopKoken
Zodra ik voldoende bloemen had om mijn hand (en het wateroppervlakte) te vullen, deed ik ze in het kokende water op een zacht vuurtje. Al snel werd het water knalgroen!



SeringenSiroopBijnaKlaar
Wanneer de nood het hoogst en de zeef verdwenen was, gebruikte ik een vergiet om de siroop in een kan te gieten. Ineens was het groen naar een honingkleur veranderd. Da’s toch een iets smakelijker zicht.



SeringenSiroopAfwerking
Ter versiering en misschien versterking van de smaak, plukte ik nog extra bloemetjes voor in de kan. Tijd om het af te laten koelen in de koelkast.



SeringenSiroopProeventijd
Na een klein uur nam ik enkele ijsblokjes en schonk ik daar drie vierde van het glas siroop over. Dat lengde ik aan met koud water, om met muntblaadjes te eindigen.



SeringenSiroopPresentatie2SeringenSiroopPresentatie












Is het lekker? Best wel! Maar seringenbloemen zelf smaken bitter. Ook zelf getest.


Afgelopen zondag ben ik eindelijk naar de Dag van het Eetbare Landschap in het Openluchtmuseum van Bokrijk gegaan. Met een aantal verwachtingen ging ik binnen, met nieuwe kennis en een paar lokale producten kwam ik weer uit de zestiende editie buiten.



Mijn grootste verwachting was het kunnen proeven van ambachtelijke producten in de typisch voor het museum authentieke setting. Dit is grotendeels waargemaakt: aan het proeven kwam bijna geen eind en de huisjes en reenactors waren ook deze dag te bezichtigen. Jammer genoeg werden deze twee factoren weinig gecombineerd. Ik denk dat ik een soort rondleiding met verklede gids verwachtte, waarbij we zelf fruit mochten plukken en soep konden bereiden. Hoewel zo’n programma heel charmant geweest zou zijn, kan ik niet ontkennen dat er genoeg andere animatie en informatie te vinden was.













Stroop van kruisbessen, braambessen, rode bessen en kersen
Stroop van kruisbessen, braambessen, rode bessen en kersen

De eerste stop was de stroopstokerij in ‘Haspengouw’. Een gigantische ketel vol appels op een nog grotere kachel verspreidde een warme, zoete geur. Twee mannen stonden klaar om te laten zien hoe vroeger van fruit een dikke stroop werd gemaakt, terwijl een andere heer die dit zelf ook nog bereidt paraat stond met zijn potjes. Na het proberen van enkele soorten die ik niet kende, besloot ik later op de dag terug te komen. Uiteindelijk heb ik een grote pot met stroop van appel en peer gekocht. Niet alleen vind ik deze wél lekker vergeleken met die uit de supermarkt, het bevat bovendien veel minder suiker. Stroop uit de gewone winkel is weliswaar goedkoper, maar dat is te danken aan de vele suiker en het weinige echte fruit. Dat laatste vraagt namelijk heel wat werk om in fatsoenlijke hoeveelheden te verkrijgen.




In de trant van de stroopstokerij waren nog enkele andere bezienswaardigenheden te vinden. Jenever is niets voor mij, maar ik had een getuige mee die er best een nip van wilde. Zijn eerste reactie was ‘Dit is straf’, met een niet zo overtuigd gezicht erbij. Het rook inderdaad sterk naar anijs, venkel om correct te zijn. Als je er niet verder bij nadenkt, zou je de indruk kunnen hebben dat er gewoon water in de fles zit.




Een tweede kleine stand aan één van de oude schuurtjes was die voor oorlogsbrood. Op het ingekaderde papier was hier informatie over gegeven. Het schokkendst vond ik dat in tijden van schaarste verschillende troep zoals houtzaagsel aan brooddeeg werd toegevoegd om het vullender te maken. Splinters overal!



















Honger lijden was deze dag moeilijk, mede dankzij de twee soepjes die iedereen mocht proeven. Deze ene uiensoep werd met behulp van een legerfornuis klaargemaakt. Het duurde even voordat alles gaar en warm genoeg was, maar zo’n ding diende dan ook voor over de honderd liter.



Bollen met verschillende kruiden en smaken, goed tegen allerlei klachten
Bollen met verschillende kruiden en smaken, goed tegen allerlei klachten
De verkopers vertelden dat ze tientallen combinaties uitproberen. De opvallendste hier: vanille en champagne, abrikoos en lavendel, ananas met passievrucht en witte chocolade
De verkopers vertelden dat ze tientallen combinaties uitproberen. De opvallendste hier: vanille en champagne, abrikoos en lavendel, ananas met passievrucht en witte chocolade




De sinaasappelmosterd smaakte een beetje bitter, de vijgenmosterd was lekker zoet
De sinaasappelmosterd smaakte een beetje bitter, de vijgenmosterd was lekker zoet
Deze peperkoekkraamhouders houden rekening met mensen die op hun suikerinname letten. Stevia, kruiden en krenten zijn hun alternatieven voor suiker
Deze peperkoekkraamhouders houden rekening met mensen die op hun suikerinname letten. Stevia, kruiden en krenten zijn hun alternatieven voor suiker




Adcovaat is ook niet helemaal mijn ding, maar kleurrijk is het des te meer!
Adcovaat is ook niet helemaal mijn ding, maar kleurrijk is het des te meer!
In de mandjes van de eerste twee kolommen zitten oneetbare decoraties
In de mandjes van de eerste twee kolommen zitten oneetbare decoraties

De drukstbezochte plaatsen waren zonder twijfel de twee streekmarkten. De kraampjes van de taarten, snoepjes, confituur, peperkoek, knoflook en mosterd, appels en peren aan een bijzonder lage prijs, kaas, vlees, soep, wijn en druivensap en decoratieve groenten zijn, in deze volgorde, de kraampjes waar ik even stil ben blijven staan. Ik was, zacht uitgedrukt, onder de indruk van het uitgebreide aanbod. Van de taarten en decoratie heb ik niet geproefd, maar de rest smaakte uitstekend en de verkopers vertelden graag over hun bereidingsmethoden. Als iemand die vrijwel nooit naar een streekmarkt gaat, durf ik te zeggen dat hier goede kwaliteit verkocht werd. Ookal gebeurde het in een moderner jasje.



De buit: appel- en perenstroop, zes appels en peren voor twee euro in totaal, jonge geitenkaas en honingbollen
De buit: appel- en perenstroop, zes appels en peren voor twee euro in totaal, jonge geitenkaas en honingbollen




Enkele weken geleden las ik voor het eerst over de mono meal, oftewel een maaltijd bestaande uit één enkel ingrediënt. Sommige mensen eten voor lange tijd op deze manier en dat heet dan het mono dieet. Hoe en waarom kan iemand genoeg hebben aan één appeltje voor de dorst?



Smeuïg smakelijk!
Smeuïg smakelijk!

“Wat eten we vanavond?” “Banaan!” Ontbijten, lunchen of avondeten met schijfjes en blokjes van een groente of fruit (of iets anders). Ik kan het me voorstellen maar ik ben het toch eerder als tussendoortje gewend. Wat is er positief aan een maaltijd waarvoor ik extra veel van een groente of fruit nodig heb en die qua smaak weinig afwisseling biedt? Blijkbaar wel wat volgens de aanhangers.


Ten eerste heeft de maag minder verschillende voedingsstoffen te verteren, wat voor minder vermoeidheid zorgt. Daarbij vermindert ook het soms vervelende gevoel met bijbehorende gekke geluiden in de buik. Het is zo dat typisch Belgische recepten à la wortelstoemp met worst zwaar en vullend zijn en dus veel verschillende, vette, af en toe onnodige ingrediënten bevatten. Met een mono meal daarentegen weet je exact wat je binnen krijgt.

Ten tweede is het een efficiënte methode om erachter te komen op welke voeding je vreemd reageert. Stel dat je regelmatig een omeletje met tig groenten en kruiden klaarmaakt maar achteraf steeds last van je maag hebt, dan kan het helpen om alles daarvan eens apart te proberen.


Als derde positief punt is er de bijkomende noodzaak om kwalitateitsvolle producten te kiezen. In een gerecht met alles erop en eraan kijken we dit nogal eens over het hoofd – goedkoop is dan namelijk prima. Maar hoe smakelijk is een oude appel of waterige aardbei echt?

Een vierde goede reden om voor een mono meal te gaan is het gemak van zo’n maaltijd. Even spoelen, schillen en versnijden en het is klaar. Da’s pas prêt à manger. Al eet je zo misschien meer dan drie vaste maaltijden per dag, samengeteld kom je nog niet aan de nodige bereidingstijd voor een bord spaghetti uit pot.

Bovendien heb je de smaak van de groente of het fruit sneller door en zal de (over)prikkeling van je tong je op een juist moment laten stoppen, in plaats van meer te eten dan eigenlijk goed of nodig is. Nadien komt de kennis over deze smaken van pas voor je eigen keukencreaties.



Ik vind het wel interessant om zelf zo nu en dan met een mono meal te ontbijten. Dan eet ik om te beginnen meer van het nodige fruit (groenten zitten vrijwel standaard in het avondeten) en hoef ik het mezelf niet ongelooflijk moeilijk te maken met beslissen welk broodbeleg of welke ontbijtgranen ik wil. Toch begrijp ik de waarschuwingen voor risico’s als het aantasten van de tanden door het vele fruitsuiker. Of het missen van vele voedingsstoffen door het eenzijdige eetpatroon. Daarom: eet mono… met mate.

De eerste keer dat ik dit drankje uitprobeerde was in het Hard Rock Cafe te Brussel. Het was net iets te vroeg op de dag voor een alcoholische cocktail, maar de non-alcoholische opties leken minstens even interessant. Van de combinatie aardbei en basilicum had ik echter nog niet gehoord. Wat een verrassend lekkere smaak bleek het te zijn!





Natuurlijk ken ik het originele recept van die eerste keer niet helemaal, maar toch is mijn poging goed gelukt. En ik ben trots dat de hoofdingrediënten uit eigen tuin kwamen. Gebruik, naar smaak en grootte van het glas:
– een paar aardbeien (voor 250ml zijn twee kleine aardbeien het minimum)
– enkele blaadjes basilicum
– voldoende ijsblokjes om bovenop de aardbeien de helft van het glas te vullen
– gekoeld (bruis)water



Als eerste stap legde ik de aardbeien op de bodem van het glas, om ze vervolgens zachtjes te pletten. Bij een langer glas waar meer in past, is het waarschijnlijk mooier om enkele aardbeien in partjes te versnijden. Daar op kwamen de blaadjes basilicum en de ijsblokjes te liggen. Als laatste stap – dit hele recept is makkelijk op twee minuten klaar – schonk ik er koud water over. En slurp!
















Enorm snel klaar, verfrissend en best wel gezond. Aardbeien en basilicum bevatten veel water, ja, maar ook vitamine C en kalium. Zo geraak je weer aan anti-oxidanten en een natuurlijke bestrijding van een hoge bloeddruk. Het hoge gehalte aan calcium in basilicum zorgt in de juiste hoeveelheid onder meer voor een sterk skelet en een verlaging van de cholesterol.

Fotograaf: Takver (zie fotolink)

De opwarming van de Aarde en bijkomende veranderingen in het klimaat zijn meer dan ooit brandend actueel. Allerlei voorspellingen over het stijgen van de zeespiegel, extremere temperaturen en nog meer tekorten of tevelen wijzen er op dat we onze levensstijl dringend moeten aanpassen. Tenzij we de dreigingen niet ernstig genoeg vinden en onze kleinkinderen gerust met een ziek en zielig hoopje planeet achterlaten.



Authentieke leugen?
Maar kloppen die voorspellingen wel? Of beter gesteld: is hun verwachte bedoeling, informeren en waarschuwen, authentiek? Tot voor kort geloofde ikzelf alles wat ik erover had gelezen. Nu geloof ik die zaken eigenlijk nog steeds, maar een bepaalde opmerking op een artikel opende mijn ogen voor een ander mogelijk doel. Geldklopperij. Ja, uit iets cruciaal als het beschermen van het milieu. Op zich zou dit niet schokkend mogen zijn – het gebeurt helaas vaker bij belangrijke gebeurtenissen die de hele wereldbevolking aangaan. Bij de klimaatopwarming had ik dit echter helemaal niet in gedachten. De gevaren die vele en grote groepen mensen te wachten staan, dringen zo door op ieders leven. Op hoe vervuilend en verspillend we soms leven, hoe groot ons inlevingsvermogen is, hoe verdraagzaam en flexibel we zijn. Alles tesamen bepaalt mede hoe het verder zal gaan met die groepen én de toekomstige generaties. Of met welke snelheid en in welke mate we moeder Aarde zullen verzieken, maar dan iets minder cru gezegd. Is het mogelijk dat wetenschappers, of personen met een bepaalde macht, hier misbruik van maken om zelf rijker te worden? Aangezien sommigen hun authenticiteit betwijfelen, waarschijnlijk wel.



Toch lijkt dit me geen gegronde reden om dan maar niets meer voor waar te nemen en te stoppen met het verbeteren van onze milieuvriendelijkheid. Klimatologische dreigingen gelden immers voor iedereen. Er zullen toch op z’n minst een paar berichtgevingen over de toekomst echt zijn. En dan nog is het aangeraden om op onze ecologische voetafdruk en gewoon onze moraal te letten. Denk bijvoorbeeld aan de reeds aanwezige luchtvervuiling, iets waar we in beter ontwikkelde steden dagelijks mee in aanraking komen. Of is daar ook onvoldoende hard bewijs voor? Onderzoeken en resultaten daarvan automatisch leugenachtige nonsens noemen is misschien wel nóg triester voor de huidige natuur dan mensen die er voor materiële rijkdom aandacht aan geven.

In april postte Mascha van Beautygloss een DIY video voor scrubblokjes. Aangezien het zó gemakkelijk te maken leek, besloot ik het eindelijk zelf eens te proberen.


De benodigdheden: een blokje zeep (100 gram), kokosnootolie (50 gram) en suiker (150 gram). Mijn oud zeepje was 80 gram dus trok ik overal 20 gram van af. Voor extra verzorging nam ik ook een scheutje olijfolie, rozemarijn en tijm.

Om te beginnen sneed ik de zeep in kleine stukjes. Bij mij brokkelde het vooral in poedervorm af en leek het dankzij de kleur op kaas. Na het toevoegen van de kokosnoot- en olijfolie liet ik deze ingrediënten langzaam smelten. Eerst deed ik dit in de magnetron, maar om te vermijden dat het smakelijk naar zeep zou blijven ruiken, stapte ik over op de au bain marie-techniek.


Het smelten duurde om de één of andere reden redelijk lang en uiteindelijk deed ik gewoon verder met de zeep in een nog licht brokkelige staat. Daar gooide ik een beetje rozemarijn en tijm bij. Vervolgens voegde ik de suiker toe om dan alles snel te mengen en in de ijsblokjesvorm te drukken. Ik had genoeg voor acht blokjes.


Zo’n 25 minuten in de vriezer was voldoende om de blokjes gebruiksklaar te maken, maar iets langer had ze nog steviger gemaakt. Inmiddels zijn ze getest en ik ben zeer tevreden over de werking. Omdat het smelten niet even vlot als gewenst verliep, brokkelden ze wat af onder de douche. Het scrubben ging echter prima; een beetje ruw, maar dat maakt de blokjes handig wanneer je het al lang niet meer gedaan hebt. Een klein detail: de geur van het zeepje vind ik niet bijzonder fijn. In het vervolg zal ik er dus nog etherische olie zoals tea tree bij doen.