Leve de tuin!: leren over de tuin

Leve de tuin!: leren over de tuin

Na het pakje grond in de brievenbus proberen te proppen, het toch maar via een postkantoor te laten opsturen en te piekeren of het nog op tijd zou aankomen, hebben we de analyse van onze tuin door de Bodemkundige Dienst ontvangen. Op het eerste zicht begreep ik er weinig van, maar na aandachtiger te hebben gelezen, kon ik er toch nuttige informatie uit halen. Zo weten we meer over de toestand en benodigdheden om van deze jungle een rijke groentetuin te maken.





We hebben blijkbaar te maken met zandleem, dat snel zou opwarmen en voedingsstoffen goed zou vasthouden. Stoffen zoals bijvoorbeeld koolstof, fosfor en magnesium zitten hoog vergeleken met de ideale waarde, waardoor we er niets extra van moeten toedienen. Enkel het natriumgehalte zou hoger mogen. In tegenstelling tot meerdere mede-tuinverkenners moet onze grond de komende jaren niet bekalkt worden. Doordat onze bodem al te alkalisch (of ‘niet zuur genoeg’) is en voeding grotendeels voor zich houdt, nemen planten noodzakelijke stoffen moeilijker op. Jonge bladeren zouden dus licht van kleur zijn.




Een tabel toont aan welke groenten om welke stoffen vragen. Hier leid ik uit af dat radijs, erwt en witloof het minst (in gram uitgedrukt, niet in arbeid of water) nodig hebben in onze tuin. Via de website van de Bodemkundige Dienst kunnen deze cijfers omgezet worden naar de juiste meststoffen. Het verslag legt de verschillende soorten meststoffen uit, maar dit gaat voorlopig iets te ver voor mijn bescheiden kennis.



Wat ik wel handig vind om te weten, is dat zelfgemaakte compost niet geschikt is als potgrond vanwege het hoge zoutgehalte: jonge planten zijn hier gevoelig voor. En ook leuk is dat compost voor gazon eerst fijngezeefd moet worden en dat stalmest voedende stoffen sneller afgeeft dan compost. Misschien moeten we onze grond door mest vervangen om plantjes te doen groeien…

Leave a Reply