Na het pakje grond in de brievenbus proberen te proppen, het toch maar via een postkantoor te laten opsturen en te piekeren of het nog op tijd zou aankomen, hebben we de analyse van onze tuin door de Bodemkundige Dienst ontvangen. Op het eerste zicht begreep ik er weinig van, maar na aandachtiger te hebben gelezen, kon ik er toch nuttige informatie uit halen. Zo weten we meer over de toestand en benodigdheden om van deze jungle een rijke groentetuin te maken.





We hebben blijkbaar te maken met zandleem, dat snel zou opwarmen en voedingsstoffen goed zou vasthouden. Stoffen zoals bijvoorbeeld koolstof, fosfor en magnesium zitten hoog vergeleken met de ideale waarde, waardoor we er niets extra van moeten toedienen. Enkel het natriumgehalte zou hoger mogen. In tegenstelling tot meerdere mede-tuinverkenners moet onze grond de komende jaren niet bekalkt worden. Doordat onze bodem al te alkalisch (of ‘niet zuur genoeg’) is en voeding grotendeels voor zich houdt, nemen planten noodzakelijke stoffen moeilijker op. Jonge bladeren zouden dus licht van kleur zijn.




Een tabel toont aan welke groenten om welke stoffen vragen. Hier leid ik uit af dat radijs, erwt en witloof het minst (in gram uitgedrukt, niet in arbeid of water) nodig hebben in onze tuin. Via de website van de Bodemkundige Dienst kunnen deze cijfers omgezet worden naar de juiste meststoffen. Het verslag legt de verschillende soorten meststoffen uit, maar dit gaat voorlopig iets te ver voor mijn bescheiden kennis.



Wat ik wel handig vind om te weten, is dat zelfgemaakte compost niet geschikt is als potgrond vanwege het hoge zoutgehalte: jonge planten zijn hier gevoelig voor. En ook leuk is dat compost voor gazon eerst fijngezeefd moet worden en dat stalmest voedende stoffen sneller afgeeft dan compost. Misschien moeten we onze grond door mest vervangen om plantjes te doen groeien…


In december vorig jaar vond ik via Facebook een zoekertje van Vlaams-Brabant: ‘Gezocht: 75 tuinverkenners’. De provincie hoopt met deze actie groenere vingers te kweken. Zoals vaker maakte mijn hart een sprongetje, om vervolgens mijn enthousiasme te betwijfelen. Kende ik niet te weinig van tuinonderhoud en zou het wel iets voor mij zijn? Het enige juiste antwoord bleek het opsturen van een kandidatuur en vanaf nu mag ik mezelf één van de tuinverkenners voor de Leve de tuin! – campagne noemen.

15135948_1076683785778003_561200124569594984_n2
Met 9 are, een hobbelige bodem en sterke bamboewortels staat ons al even veel werk te wachten. In mijn motivatie beschreef ik ons stuk groen als ‘een kleine oase van rust en wildere natuur, die toch dicht bij een dorpscentrum ligt’. Onze tuin bevindt zich op zo’n tweehonderd meter van het huis, met meerdere velden eromheen. De energie van het dorp is op amper enkele stappen merkbaar. Wat je hier ter plekke vooral hoort is de ruisende wind, de kabbelende Kleine Gete en de paarden aan de overkant van het beekje. De kalmte en het natuurlijk materiaal zijn er zeker, maar orde zullen we zelf moeten brengen.



Dankzij het gekregen tuindoosje kan elke ambassadeur van de campagne met een bodemanalyse beginnen. Dit wilden we sowieso laten doen, dus kwam het doosje heel goed van pas. Met een schepje namen we 25 stalen grond (inclusief grassprietjes en beestjes) die we goed mengden en in een katoenen zakje deden.

Nét iets te veel!
Nét iets te veel!

Dit zakje van maximum 1kg moest dan in een tweede verpakking en het geheel sturen we in een speciale envelop naar de Bodemkundige Dienst van België. Binnen een tweetal weken mogen we het verslag verwachten, waarna we aangepast advies kunnen vragen voor de mogelijkheden met onze bodem. Op dit moment lijkt het trouwens alsof we 25 molshopen in een groot kruis hebben.


Ik heb voorlopig geen idee hoe het met onze grond gesteld is, maar hoop natuurlijk later dit jaar van een gazon en zelfgekweekte planten en groenten te kunnen genieten. Tot die tijd probeer ik (als een moordzuchtige) zoveel mogelijk bamboe te verwijderen en inspiratie op te doen voor kleine projecten.



Afgelopen zondag ben ik eindelijk naar de Dag van het Eetbare Landschap in het Openluchtmuseum van Bokrijk gegaan. Met een aantal verwachtingen ging ik binnen, met nieuwe kennis en een paar lokale producten kwam ik weer uit de zestiende editie buiten.



Mijn grootste verwachting was het kunnen proeven van ambachtelijke producten in de typisch voor het museum authentieke setting. Dit is grotendeels waargemaakt: aan het proeven kwam bijna geen eind en de huisjes en reenactors waren ook deze dag te bezichtigen. Jammer genoeg werden deze twee factoren weinig gecombineerd. Ik denk dat ik een soort rondleiding met verklede gids verwachtte, waarbij we zelf fruit mochten plukken en soep konden bereiden. Hoewel zo’n programma heel charmant geweest zou zijn, kan ik niet ontkennen dat er genoeg andere animatie en informatie te vinden was.













Stroop van kruisbessen, braambessen, rode bessen en kersen
Stroop van kruisbessen, braambessen, rode bessen en kersen

De eerste stop was de stroopstokerij in ‘Haspengouw’. Een gigantische ketel vol appels op een nog grotere kachel verspreidde een warme, zoete geur. Twee mannen stonden klaar om te laten zien hoe vroeger van fruit een dikke stroop werd gemaakt, terwijl een andere heer die dit zelf ook nog bereidt paraat stond met zijn potjes. Na het proberen van enkele soorten die ik niet kende, besloot ik later op de dag terug te komen. Uiteindelijk heb ik een grote pot met stroop van appel en peer gekocht. Niet alleen vind ik deze wél lekker vergeleken met die uit de supermarkt, het bevat bovendien veel minder suiker. Stroop uit de gewone winkel is weliswaar goedkoper, maar dat is te danken aan de vele suiker en het weinige echte fruit. Dat laatste vraagt namelijk heel wat werk om in fatsoenlijke hoeveelheden te verkrijgen.




In de trant van de stroopstokerij waren nog enkele andere bezienswaardigenheden te vinden. Jenever is niets voor mij, maar ik had een getuige mee die er best een nip van wilde. Zijn eerste reactie was ‘Dit is straf’, met een niet zo overtuigd gezicht erbij. Het rook inderdaad sterk naar anijs, venkel om correct te zijn. Als je er niet verder bij nadenkt, zou je de indruk kunnen hebben dat er gewoon water in de fles zit.




Een tweede kleine stand aan één van de oude schuurtjes was die voor oorlogsbrood. Op het ingekaderde papier was hier informatie over gegeven. Het schokkendst vond ik dat in tijden van schaarste verschillende troep zoals houtzaagsel aan brooddeeg werd toegevoegd om het vullender te maken. Splinters overal!



















Honger lijden was deze dag moeilijk, mede dankzij de twee soepjes die iedereen mocht proeven. Deze ene uiensoep werd met behulp van een legerfornuis klaargemaakt. Het duurde even voordat alles gaar en warm genoeg was, maar zo’n ding diende dan ook voor over de honderd liter.



Bollen met verschillende kruiden en smaken, goed tegen allerlei klachten
Bollen met verschillende kruiden en smaken, goed tegen allerlei klachten
De verkopers vertelden dat ze tientallen combinaties uitproberen. De opvallendste hier: vanille en champagne, abrikoos en lavendel, ananas met passievrucht en witte chocolade
De verkopers vertelden dat ze tientallen combinaties uitproberen. De opvallendste hier: vanille en champagne, abrikoos en lavendel, ananas met passievrucht en witte chocolade




De sinaasappelmosterd smaakte een beetje bitter, de vijgenmosterd was lekker zoet
De sinaasappelmosterd smaakte een beetje bitter, de vijgenmosterd was lekker zoet
Deze peperkoekkraamhouders houden rekening met mensen die op hun suikerinname letten. Stevia, kruiden en krenten zijn hun alternatieven voor suiker
Deze peperkoekkraamhouders houden rekening met mensen die op hun suikerinname letten. Stevia, kruiden en krenten zijn hun alternatieven voor suiker




Adcovaat is ook niet helemaal mijn ding, maar kleurrijk is het des te meer!
Adcovaat is ook niet helemaal mijn ding, maar kleurrijk is het des te meer!
In de mandjes van de eerste twee kolommen zitten oneetbare decoraties
In de mandjes van de eerste twee kolommen zitten oneetbare decoraties

De drukstbezochte plaatsen waren zonder twijfel de twee streekmarkten. De kraampjes van de taarten, snoepjes, confituur, peperkoek, knoflook en mosterd, appels en peren aan een bijzonder lage prijs, kaas, vlees, soep, wijn en druivensap en decoratieve groenten zijn, in deze volgorde, de kraampjes waar ik even stil ben blijven staan. Ik was, zacht uitgedrukt, onder de indruk van het uitgebreide aanbod. Van de taarten en decoratie heb ik niet geproefd, maar de rest smaakte uitstekend en de verkopers vertelden graag over hun bereidingsmethoden. Als iemand die vrijwel nooit naar een streekmarkt gaat, durf ik te zeggen dat hier goede kwaliteit verkocht werd. Ookal gebeurde het in een moderner jasje.



De buit: appel- en perenstroop, zes appels en peren voor twee euro in totaal, jonge geitenkaas en honingbollen
De buit: appel- en perenstroop, zes appels en peren voor twee euro in totaal, jonge geitenkaas en honingbollen




Fotograaf: Takver (zie fotolink)

De opwarming van de Aarde en bijkomende veranderingen in het klimaat zijn meer dan ooit brandend actueel. Allerlei voorspellingen over het stijgen van de zeespiegel, extremere temperaturen en nog meer tekorten of tevelen wijzen er op dat we onze levensstijl dringend moeten aanpassen. Tenzij we de dreigingen niet ernstig genoeg vinden en onze kleinkinderen gerust met een ziek en zielig hoopje planeet achterlaten.



Authentieke leugen?
Maar kloppen die voorspellingen wel? Of beter gesteld: is hun verwachte bedoeling, informeren en waarschuwen, authentiek? Tot voor kort geloofde ikzelf alles wat ik erover had gelezen. Nu geloof ik die zaken eigenlijk nog steeds, maar een bepaalde opmerking op een artikel opende mijn ogen voor een ander mogelijk doel. Geldklopperij. Ja, uit iets cruciaal als het beschermen van het milieu. Op zich zou dit niet schokkend mogen zijn – het gebeurt helaas vaker bij belangrijke gebeurtenissen die de hele wereldbevolking aangaan. Bij de klimaatopwarming had ik dit echter helemaal niet in gedachten. De gevaren die vele en grote groepen mensen te wachten staan, dringen zo door op ieders leven. Op hoe vervuilend en verspillend we soms leven, hoe groot ons inlevingsvermogen is, hoe verdraagzaam en flexibel we zijn. Alles tesamen bepaalt mede hoe het verder zal gaan met die groepen én de toekomstige generaties. Of met welke snelheid en in welke mate we moeder Aarde zullen verzieken, maar dan iets minder cru gezegd. Is het mogelijk dat wetenschappers, of personen met een bepaalde macht, hier misbruik van maken om zelf rijker te worden? Aangezien sommigen hun authenticiteit betwijfelen, waarschijnlijk wel.



Toch lijkt dit me geen gegronde reden om dan maar niets meer voor waar te nemen en te stoppen met het verbeteren van onze milieuvriendelijkheid. Klimatologische dreigingen gelden immers voor iedereen. Er zullen toch op z’n minst een paar berichtgevingen over de toekomst echt zijn. En dan nog is het aangeraden om op onze ecologische voetafdruk en gewoon onze moraal te letten. Denk bijvoorbeeld aan de reeds aanwezige luchtvervuiling, iets waar we in beter ontwikkelde steden dagelijks mee in aanraking komen. Of is daar ook onvoldoende hard bewijs voor? Onderzoeken en resultaten daarvan automatisch leugenachtige nonsens noemen is misschien wel nóg triester voor de huidige natuur dan mensen die er voor materiële rijkdom aandacht aan geven.

Aangezien het weer steeds (langer) warmer wordt, is het de ideale tijd om bij te leren over de planten die je zelf kunt verzorgen. Buiten filmen is vaak spannend vanwege het ongecontroleerde lawaai, maar volgende filmpjes zijn prima afgehandeld.



Eigen tuin creëren
Amandine maakt in meerdere van haar video’s duidelijk hoe dol ze is op natuur. In dit werk geeft ze een rondleiding door haar prachtige en grote tuin.



Buitenshuis planten
Toegegeven, over het algemeen zijn mijn favoriete ASMR-ers vrouwelijk. Toch doet WhisperMister het zeker niet slecht. Hier toont hij hoe je lavendel kunt planten.



Minituin met ontkiemende plantjes
Als beginneling voel ik wel jaloerse kriebels voor BrittanyASMR‘s kleine ‘tuin’. Zo te zien heeft ze minder views dan ze verdient, checken dus!



Zen garden
Een ander soort tuin, maar minstens even charmant. Ik beken dat ik het via MrHeadTingles heb ontdekt en dat ik er uren mee zou spelen.



Geraakt door de natuur
Een klein tussendoortje zonder gepraat of gefluister voor tijdens je pauze. ASMRSURGE laat zien wat voor de winter in zijn oma’s tuin groeide.

ghgjh
Het toenemende verkeer blijkt volgens het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) de grootste milieuvervuiler te zijn in België. De andere grote belastende oorzaak, industrie, wordt langzaamaan schoner.



Onder meer mobiliteitsorganisatie Touring en de partij Groen beweren dat de overheid en niet de mensen schuld heeft aan het groeiende negatieve effect van het verkeer. Zelf ben ik daar niet helemaal van overtuigd. Weliswaar zullen er binnenkort eindelijk oplossingen voor wegproblemen gevonden moeten worden, zich verplaatsen gebeurt nog niet overal op een veilige manier. Files, verkeerslichten en knelpunten zijn vervelend maar toch ligt het allemaal niet enkel aan de overheid. Niemand heeft om gevaarlijke problemen in of door het verkeer gevraagd. Om vanaf nu dieselwagens extra te gaan belasten, lijkt me niet de ideale oplossing. Sensibilisatie over het vervoer is daarentegen wat heel belangrijk blijft. Vervuiling verminderen moet namelijk van de twee kanten komen. Het gaat nu nog te goed om te beseffen hoe slecht onze natuur er binnen enkele jaren aan toe zal zijn.



Mijn grootste frustratie betreft de mensen die uit gemakzucht altijd hun auto als vervoermiddel gebruiken. Natuurlijk hebben ze het recht om dat te doen, maar dikwijls komt die keuze nogal egoïstisch over. Het is algemeen bekend dat er teveel slechte stoffen worden uitgestoten en hierin spelen wagens zeker een rol. Stel dat er geen goede verbinding is met het openbaar vervoer, dan begrijp ik de beslissing om met eigen vervoer weg te gaan. Om elke dag voor een zielig kwartier reizen naar een bereikbare plek naar de auto te grijpen, dát gaat er bij mij niet in. Misschien komt het door het feit dat ik al jaren dagelijks mijn plan moet zien te trekken met de bus en trein. Eerst was dat uit noodzaak, nu is het eerlijk gezegd vooral een bewuste keuze. Ik kan me niet veroorloven om er behalve geld ook gezondheid van anderen aan te verspillen. Bovendien geef ik net iets teveel om de toekomst van onze planeet.



Daarnaast heeft de burger vaak gewoon wél de keuze om al dan niet kilometers met de wagen te rijden om te werken en te leven. Laatst zag ik nog eens een fiets met aan het zadel een Weer een auto minder-plaatje van 11.11.11. Die bordjes zijn van een actie uit 2011. Ik wil niet zeggen dat we onze wagens voorgoed moeten parkeren en alles met de fiets moeten doen. Toch juich ik de eigenaar van de plaatjesfiets in gedachten toe en hoop ik dat meer mensen hetzelfde als hem of haar zullen inzien. Om een franke conclusie te trekken: ja, meestal vind ik autogebruikers best asociale vervuilers.

Night2

Dierproeven voor cosmetica zijn twintig jaar na de eerste Belgische wet omtrent dierenwelzijn verboden in heel Europa. Fabrikanten van make-up en verzorgingsproducten moeten nu minder wrede veiligheidstesten hanteren.



De Europese Commissie maakte bekend dat het sinds 11 maart verboden is om cosmetica op dieren te testen en geteste producten te verkopen. Hier vallen zowel make-up als verzorgingsproducten zoals zeep, tandpasta en shampoo onder. De wet omtrent de verkoop van geteste cosmetica is het langverwachte resultaat van eerdere regelgevingen. Robert Molenaar, campagneleider van de Anti Dierproeven Coalitie, licht toe: ‘In 2004 ging in Europa het verbod om de eindproducten van cosmetica op dieren te testen van kracht. In 2009 werd het ook verboden om de ingrediënten van cosmetica zo te testen. Helaas golden deze restricties nog niet voor drie bepaalde dierproeven. De cosmetica industrie had tot 11 maart dit jaar de tijd om alternatieven te ontwikkelen. Sinds die dag zijn ook de laatste experimenten verboden.’ Het belangrijke verschil tussen de wet van 2004 en die van nu is dus de ontwikkeling van het testen van nieuwe ingrediënten.



Het is een goede zaak dat de deadline voor alternatieven gehaald werd. De nood aan meer dierenwelzijn begon ook aan fabricanten te knagen. Sarah Doms is communicatiemedewerkster van Detic, vereniging van producten en verdelers in onder meer cosmetica in België en Luxemburg. ‘Het belangrijkste gevolg voor de cosmetica industrie was dat zolang er geen andere methodes gevonden werden, er ook geen nieuwe ingrediënten op de Europese markt gebracht konden worden. Dit zou de producenten beperken in de ontwikkeling van producten met nieuwe ingrediënten, innovatie dus. De beperking zou ervoor zorgen dat onderzoek en innovatie zich verplaatsen naar de markten buiten Europa.’



Maar hoe zit het dan met de bedrijven die tot nu toe steeds gebruik maakten van dierproeven? ‘Een bedrijf zoals L’Oréal kan nu geen dierproeven meer in Europa uitvoeren. Het is onduidelijk of zij dat wel in het buitenland doen. Er is nu al weinig controle op laboratoria met dieren. Openheid en transparantie vind je amper binnen de dierproefsector,’ zegt Molenaar. Het is een grote stap dat dieren hier niet meer gebruikt mogen worden voor schoonheidsproducten. Tegelijkertijd is het begrijpelijk dat fabricanten niet zomaar hun hele systeem kunnen omgooien. Het is niet zo dat een bedrijf sowieso wel of helemaal geen gebruik maakt van experimenten op dieren.



Huppelend konijntje
Er zijn ook vast nog geteste producten in de omloop. ‘De eerste bezorgdheid van de cosmetica industrie is de veiligheid van het product voor de gebruiker,’ aldus Doms. ‘Als de veiligheid niet gegarandeerd kan worden zonder uitvoering van dierproeven, komt dat ingrediënt niet op de Europese markt. Ingrediënten die voor 11 maart veilig bevonden werden, ook door middel van dierproeven, mogen wel nog gebruikt worden.’ Binnenkort zou de productie volledig diervriendelijk moeten zijn. Intussen kunnen de consumenten zelf de labels controleren. Het symbool dat de diervriendelijkheid aanduidt, is de leaping bunny oftewel het huppelend konijntje. Molenaar: ‘Niemand kan garanderen dat de verkochte cosmetica in Europa daadwerkelijk dierproefvrij is. Daarom adviseert ADC om de bedrijven die altijd tegen dierproeven zijn geweest te belonen. Een lijst vind je op gocrueltyfree.org .’



Molenaar is op de hoogte van gebruikte alternatieven. ‘Nieuwe ontwikkelde ingrediënten worden getest via een gelaagde strategie. Hiermee combineer je een aantal alternatieven om een risicobeoordeling voor de mens te maken.’ Testen op dieren zijn behalve moreel verkeerd, niet het meest betrouwbaar. ‘Vaak zijn dierproefvrije technieken veel betrouwbaarder. Je gaat dan namelijk uit van de mens en maakt gebruik van menselijke cellijnen. Er is bijvoorbeeld ook een kunsthuid ontwikkeld. Vroeger werden hier konijnen voor gebruikt,’ verklaart Molenaar.



Terwijl Europa na jaren strijden van dierenactivisten voorloopt in het dierenwelzijn, is er wereldwijd nog zeer veel werk aan de winkel volgens Molenaar. ‘De grote bottleneck is dat in sommige landen dierproeven voor cosmetica nog verplicht zijn, zoals in China. Wil je je product daar op de markt brengen, dan zijn die proeven nodig. Bedrijven zoals Lush en The Body Shop kiezen er bewust voor om niét naar China te gaan. Dat is een fantastisch signaal.’ Cosmetica wordt diervriendelijker en dat mag gevierd worden. Toch waarschuwt Molenaar dat overwinningskreten niet te luid moeten zijn. ‘We mogen niet vergeten dat cosmeticadierproeven slechts een klein onderdeel zijn van alle dierproeven die nog plaatsvinden in België en Europa. In België voert de ADC bijvoorbeeld campagne voor een verbod op apenexperimenten. We zijn samen met verschillende organisaties een Europees Burgerinitiatief gestart. We hebben één miljoen handtekeningen op stopvivisection.eu nodig en dan kunnen we een motie indienen voor een verbod op alle dierproeven.’



Moeilijkheden zouden er niet zijn bij het diervriendelijk houden van producten. Doms gaat hierop verder: ‘De producenten in Europa moeten zich aan een heel strikte regelgeving houden. Deze staat onder constante controle van de Europese Unie en Commissie en de Belgische overheid. Moest het toch zijn dat een producent de wet overtreedt, dan zal die bestraft worden.’


Grote kans dat HEMA al langer de handige potjes en kisten in het assortiment heeft. Zelf heb ik ze pas deze week ontdekt en ik werd meteen enthousiast. Na wat twijfelen koos ik uiteindelijk voor de kruiden; die zouden over een aantal weken al kunnen groeien. Wie baseert zich op het stuk van gisteren en vandaag om te zeggen dat ik kriebels heb?

Bovenop staat dat dit kistje grond en zaden voor basilicum, peterselie, bieslook en oregano bevat. Zodra je het karton van de kist af haalt, zie je dit.

Tenzij ik heel verkeerd kijk, zie ik nergens staan dat je er ook tijmzaadjes bij krijgt. Dat maakt verder niet uit, tijm is natuurlijk zeker welkom. Wat ik me wel afvraag is waarom het zakje van de peterseliezaadjes een andere kleur heeft.

Deze tabel over de bloeiperiodes vind je op elke kist en pot terug. Binnenshuis kun je de kruiden het hele jaar door zaaien en plukken, mits je ze op een juiste plaats zet. Buiten zaaien doe je best van maart tot juni. Plukken doe je dan van juni tot september.

De instructies zijn duidelijk te volgen. Allereerst moet je het merendeel van de grond in de plastic bak in het kistje zetten. Hou nog zo’n twee centimeters over tot de rand van de kist (1). Strooi dan de zaadjes over de grond uit (2), bedek ze met de overblijvende grond (3) en giet er net zoveel water op (4) tot de bovenkant lekker vochtig is (5).

1

2 Links zie je basilicum, midden bieslook en rechts tijm. Oregano en peterselie hebben bijzonder kleine zaden.

3 Ja, da’s een hond.

4

5 Na de laatste stap heb ik het kistje in de bijkeuken gezet, oftewel de lichtste plaats in huis. Ook heb ik even daarna nog water toegevoegd. En nu… laat het gras maar groeien!

 

Groene vingers? Graag! Maar… hoe? Nu de zon zwakjes maar eindelijk een beetje schijnt, heb ik tuinman Geert Derom (o.a. Tuinen van Hoegaarden en Felgroen) om tips gevraagd.



Enkele eetbare lage plantjes en kruiden die je nu kunt beginnen planten zijn volgens Geert snijsla, tuinkers, erwten, kool, peterselie, basilicum, bieslook en koriander. Allemaal welgekend en veelzijdig. Bovendien nemen ze niet al te veel plaats in. Is het dan zo eenvoudig dat je alle zaden in één pot kunt strooien? ‘Best alleen snijgroenten (sla, tuinkers) apart zetten. De kruiden kunnen samen in één grote bak buiten in de tuin of op het terras’, aldus Geert. Wat frisse grond in een bak, daar de zaadjes in planten en regelmatig de vochtigheid bijhouden. Daar komt het verzorgen van zulke planten eigenlijk op neer. ‘Het belangrijkste’, zegt Geert, ‘is dat de grond steeds licht vochtig moet zijn. Dit kun je testen door met de rug van je vingers na te gaan of de grond koel aanvoelt.’
Water en buitenlucht
Toch kan het weleens onverklaarbaar mislopen waardoor je planten er sip uit komen te zien. Vooral planten die je binnen houdt lopen dat risico: ‘Binnen zijn planten zwakker omdat ze minder licht hebben maar wel te veel warmte. De plantjes gaan hierdoor ijl groeien. Zodra ze gekiemd zijn, kan je ze op de vensterbank buiten plaatsen.’ Stel echter dat het hopeloos lijkt en je plant langzaamaan verwelkt. Is er dan geen enkele redding mogelijk? Misschien kan het advies van Geert je geruststellen. ‘Het enige dat je dan kan doen, is de plantenbakken op potten in water zetten zodat de grond zich terug volzuigt met water.’
Het duurt natuurlijk enkele weken voor je effectief met je babyplantjes kunt koken maar eens het zover is, haal je er veel uit. ‘Snijgroenten zoals sla en tuinkers zijn na drie à vier weken klaar. De snijsla zal weer uitschieten als je hem niet te laag afsnijdt. De kruiden moeten groot genoeg zijn, minstens 15cm hoog. Als je niet te laag knipt, schieten ze ook terug door’, besluit Geert.

shdfkjd

Earth Hour inspireert miljoenen mensen om samen hun bezorgdheid over het klimaat te tonen. Schakel de nacht van zaterdag 23 maart het licht gedurende een uur uit en help mee de wereld te beschermen.



Deze actie werd in 2007 door het World Wild Fund for Nature (WWF) gestart en heeft sindsdien belangrijke veranderingen gebracht voor de natuur in verschillende landen. Dit jaar komt er een nieuw project bij, de I Will If You Will-campagne. Hierbij wordt aan bekende mensen gevraagd om via een uitdaging het publiek te sensibiliseren en te stimuleren. Persverantwoordelijke Gwendoline Viatour geeft een voorbeeld: ‘Poolreiziger Dixie Dansercoer, bijvoorbeeld, heeft beloofd om nooit meer met de auto te reizen voor afstanden van minder dan vijf kilometer. Voorwaarde is dat 3000 mensen zich als deelnemer inschrijven voor Earth Hour.’

Licht uit, klimaat aan
België doet sinds het begin mee en Mechelen heeft intussen vier edities meegemaakt. Openbare gebouwen en monumenten, zoals de Grote Markt en de Sint-Romboutstoren, zullen van 18 uur tot 8 uur ‘s ochtends in een gedimde spotlight staan. Wie zelf ook een handje wil toesteken, kan simpelweg van 20.30 uur tot 21.30 uur zijn lichten doven. Volgens Gwendoline zal deze symbolische actie blijven bestaan zolang het klimaatprobleem ook blijft. Gelukkig lijkt het jaarlijks aantal participanten te groeien. ‘Earth Hour is een mondiale actie en we merken dat steeds meer mensen ongerust zijn. Vorig jaar deden plots meer dan 150 landen en 7000 steden mee. Mensen zijn zich van de problematiek bewust, het is nu een kwestie van mobiliseren’, aldus Gwendoline. Wereldwijd staat het aantal landen deze keer op 152.

Voor Earth Hour 2013 zijn er echter meer opdrachten dan enkel het licht uitzetten. WWF stelt zelf vijf acties voor. Zo telt het mee om minder met de auto naar het werk te gaan en de verwarming een graadje lager te zetten. Daarnaast kunnen deelnemers eens een maaltijd met minder CO2-impact nuttigen en voor groene energie of spaarlampen kiezen. Volgens de teller op hun website nemen tot nu toe meer dan 4500 Belgen deel. Daar staan ook de behaalde resultaten van de vijf opdrachten. Het hoogste cijfer staat voor de bespaarde CO2, voorlopig iets meer dan 45 miljoen gram. Gwendoline licht toe: ‘Eén vijfde van de CO2-uitstoot komt van de transportsector. Op dit gebied de uitstoot verminderen is dus duidelijk een prioriteit.’