Sinds enkele weken maak ik bijna dagelijks tijd voor een zenmoment. Hiermee bedoel ik een moment voor ontspanning, in mijn eentje, zonder andere mensen in dezelfde kamer (of tuin) en vooral zonder zorgen of lawaai. Een moment van mindful rust zou ik het ook wel noemen. Wat ik gedurende dat kwartier, halfuur of die paar uren doe, verschilt vrijwel elke keer weer. Vandaag heb ik op net geen twee uur tijd mijn eerste mandala ingekleurd.


Ja, inkleuren, waarom niet? Ik vind het net als tekenen en schilderen iets therapeutisch hebben. Misschien ben ik er niet goed in, maar het voelt wel fijn en efficiënt. Zeker hele kleine tekeningen met een symmetrisch en organisch karakter vind ik fantastisch. Ze zijn sierlijk, geven detail en ik ben er lekker lang mee bezig. De eerste mandala die ik heb uitgekozen, heeft een duidelijk bloempatroon en ziet er een beetje oosters uit. De basiskleuren zijn donkerblauw en geel, oftewel de bedoelde ‘koninklijke’ toets. De andere tinten heb ik geleidelijk aan uitgezocht en zijn allemaal varianten van blauw en geel. Het groen in het midden heeft een blauwe schijn.


Er is mij gevraagd waarom ik dit deed, welk nut het heeft. Mijn antwoord was ‘Voor de fun!’, maar eerlijk gezegd zou ik het begrijpen mocht iemand dit écht als therapie gebruiken. Kleurentherapie bijvoorbeeld zie ik hier in terugkomen. Zelf heb ik geprobeerd mijn verstand op nul, of eerder op ‘kleuren’, te zetten. Nerveuze gedachten duwde ik dus eventjes opzij. Een kop muntthee om mijn moeilijke maag te helpen erbij en ik had alles wat nodig was. Daarbij zijn mandala’s een hindoeïstisch en boeddhistisch symbool voor het universum en de eeuwigheid. Ze worden vaak in meditaties gebruikt en hebben, afhankelijk van de vormen, een haast goddelijke betekenis en een lange geschiedenis. Niet enkel fun maar ook cultureel interessant.



Sergio Guinot Studio

Ik moet toegeven dat ik toevallig op dit zenmoment ben gekomen. Op weg naar school (niet ontspannend!) liep ik langs de etalage van een boekenwinkel die een reeks van mandalaboeken verkoopt. Ik zag de versie met bloemen en het was net als ik verkocht. Waarmee ik besluit dat uitkijken naar een zenmoment toch als het begin ervan kan tellen.

Fotograaf: Takver (zie fotolink)

De opwarming van de Aarde en bijkomende veranderingen in het klimaat zijn meer dan ooit brandend actueel. Allerlei voorspellingen over het stijgen van de zeespiegel, extremere temperaturen en nog meer tekorten of tevelen wijzen er op dat we onze levensstijl dringend moeten aanpassen. Tenzij we de dreigingen niet ernstig genoeg vinden en onze kleinkinderen gerust met een ziek en zielig hoopje planeet achterlaten.



Authentieke leugen?
Maar kloppen die voorspellingen wel? Of beter gesteld: is hun verwachte bedoeling, informeren en waarschuwen, authentiek? Tot voor kort geloofde ikzelf alles wat ik erover had gelezen. Nu geloof ik die zaken eigenlijk nog steeds, maar een bepaalde opmerking op een artikel opende mijn ogen voor een ander mogelijk doel. Geldklopperij. Ja, uit iets cruciaal als het beschermen van het milieu. Op zich zou dit niet schokkend mogen zijn – het gebeurt helaas vaker bij belangrijke gebeurtenissen die de hele wereldbevolking aangaan. Bij de klimaatopwarming had ik dit echter helemaal niet in gedachten. De gevaren die vele en grote groepen mensen te wachten staan, dringen zo door op ieders leven. Op hoe vervuilend en verspillend we soms leven, hoe groot ons inlevingsvermogen is, hoe verdraagzaam en flexibel we zijn. Alles tesamen bepaalt mede hoe het verder zal gaan met die groepen én de toekomstige generaties. Of met welke snelheid en in welke mate we moeder Aarde zullen verzieken, maar dan iets minder cru gezegd. Is het mogelijk dat wetenschappers, of personen met een bepaalde macht, hier misbruik van maken om zelf rijker te worden? Aangezien sommigen hun authenticiteit betwijfelen, waarschijnlijk wel.



Toch lijkt dit me geen gegronde reden om dan maar niets meer voor waar te nemen en te stoppen met het verbeteren van onze milieuvriendelijkheid. Klimatologische dreigingen gelden immers voor iedereen. Er zullen toch op z’n minst een paar berichtgevingen over de toekomst echt zijn. En dan nog is het aangeraden om op onze ecologische voetafdruk en gewoon onze moraal te letten. Denk bijvoorbeeld aan de reeds aanwezige luchtvervuiling, iets waar we in beter ontwikkelde steden dagelijks mee in aanraking komen. Of is daar ook onvoldoende hard bewijs voor? Onderzoeken en resultaten daarvan automatisch leugenachtige nonsens noemen is misschien wel nóg triester voor de huidige natuur dan mensen die er voor materiële rijkdom aandacht aan geven.

Toen ik onderstaand doorzichtig buisje als extraatje bij een bestelling kreeg, wist ik meteen wat ik ermee wou proberen. Tijdens het sorteren van mijn juwelenkistje vond ik enkele andere benodigdheden en toen kon ik beginnen.



Het buisje bevatte oranje korreltjes, waarvan ik nog niet zeker weet welk nut ze hebben. In elk geval had ik ze niet nodig en konden ze dus opzij in een plastic zakje. Het armbandje op de foto heb ik jaren geleden met plezier gedragen, maar nu zijn sommige bedeltjes verkleurd. Daar haalde ik de steentjes van af. Het touw komt van een hanger die ik niet meer aan doe, maar wel wil bijhouden.


De steentjes reeg ik eerst op het touw om er daarna knoopjes naast te maken, zodat ze niet samen zouden vallen. Het grootste stuk touw knipte ik weg en het gedeelte boven het hoogste kraaltje rafelde ik een beetje uit. Dit ging zo in de buis, vastmaken deed ik door het dunne touw met de dop vast te klemmen.


En dit is het resultaat! Redelijk bescheiden, maar letterlijk schitterend wanneer er licht op schijnt. De ketting die ik graag eens na zou willen maken met een grotere buis of fles staat hieronder.


Sinds het stuk van laatst over de toestand van mijn gezichtshuid, lijkt deze gedurende een paar dagen erger te zijn geweest. Ik kreeg meer onzuiverheden op mijn wangen, vooral aan de linkerkant. Behalve laat gaan slapen heb ik niets opmerkelijks gedaan of veranderd en daarbij slaap ik ook rechts. Het is dus graven naar de oorzaak, maar intussen probeer ik het met eenvoudige middeltjes nog meer te verminderen.


De nachtelijke kokosnootolie heb ik inmiddels alweer ingeruild voor petitgrain. Echter blijft het vele voordelen bieden en heb ik sowieso al lang geen masker meer op gehad, oftewel: een geldig excuus om er wéér eens mee te experimenteren. De andere twee ingrediënten voor het masker zijn honing en tijm. Beide zijn bekend om hun goede eigenschappen (bv. antibacterieel en stimulerend voor de bloedsomloop) en vrijwel altijd op voorraad.



Vettig!

Ik had ervoor kunnen kiezen om alles te mengen en als een geheel aan te brengen, maar ik wou me vooral op de kokosolie focussen. Daarom liet ik eerst hier een beetje van in mijn hand smelten en bracht ik er met een (goedkoop en synthetisch) kwastje een laag van aan op mijn schone gezicht.



Vervolgens dipte ik de punt van de kwast in de honing, om er ten slotte voorzichtig tijm op te strooien. Dit allemaal boven de wastafel, natuurlijk. Het smeren van de olie ging gemakkelijk, maar het plakkerige van de honing voelde ik meteen.



Dit alles spoelde ik na tien minuten met koud water af. Kokosnootolie blijft graag zitten en goed afdrogen is zeker nodig. Mijn eerste indruk was dat het masker mijn huid zacht maakte en hydrateerde. Daarna merkte ik op dat mijn poriën verkleind waren en mijn voorhoofd er iets minder rood uit zag. Fijn! Dit recept past wat mij betreft perfect in de categorieën snel en kalmerend.

In april postte Mascha van Beautygloss een DIY video voor scrubblokjes. Aangezien het zó gemakkelijk te maken leek, besloot ik het eindelijk zelf eens te proberen.


De benodigdheden: een blokje zeep (100 gram), kokosnootolie (50 gram) en suiker (150 gram). Mijn oud zeepje was 80 gram dus trok ik overal 20 gram van af. Voor extra verzorging nam ik ook een scheutje olijfolie, rozemarijn en tijm.

Om te beginnen sneed ik de zeep in kleine stukjes. Bij mij brokkelde het vooral in poedervorm af en leek het dankzij de kleur op kaas. Na het toevoegen van de kokosnoot- en olijfolie liet ik deze ingrediënten langzaam smelten. Eerst deed ik dit in de magnetron, maar om te vermijden dat het smakelijk naar zeep zou blijven ruiken, stapte ik over op de au bain marie-techniek.


Het smelten duurde om de één of andere reden redelijk lang en uiteindelijk deed ik gewoon verder met de zeep in een nog licht brokkelige staat. Daar gooide ik een beetje rozemarijn en tijm bij. Vervolgens voegde ik de suiker toe om dan alles snel te mengen en in de ijsblokjesvorm te drukken. Ik had genoeg voor acht blokjes.


Zo’n 25 minuten in de vriezer was voldoende om de blokjes gebruiksklaar te maken, maar iets langer had ze nog steviger gemaakt. Inmiddels zijn ze getest en ik ben zeer tevreden over de werking. Omdat het smelten niet even vlot als gewenst verliep, brokkelden ze wat af onder de douche. Het scrubben ging echter prima; een beetje ruw, maar dat maakt de blokjes handig wanneer je het al lang niet meer gedaan hebt. Een klein detail: de geur van het zeepje vind ik niet bijzonder fijn. In het vervolg zal ik er dus nog etherische olie zoals tea tree bij doen.

Pindakaas, één van de gezonde basisingrediënten. Vele verschillende merken verkopen het, waarbij de ene pindakaas iets zoeter, zouter of knapperiger is dan de andere. De meest pure variant is echter die die je zelf samenstelt.



Wat je ervoor nodig hebt, kan niet simpeler: pinda’s en een scheutje olie (en een blender). Zelf gebruikte ik voor twee sneetjes brood een handvol geroosterde, ongezouten pinda’s en een theelepel kokosolie omdat deze geen smaak heeft.



Dit blend je samen en na enkele seconden is je pindakaas eigenlijk al klaar. Wil je het echt smeerbaar hebben, dan kun je nog wat extra olie blenden.



Op deze manier hebben de pinda’s een heel lichte smaak en dat maakt het ideaal om te combineren. Ik legde er plakjes banaan op, achteraf gezien had ik prima een beetje kaneel mee kunnen blenden. Misschien zijn extra stukjes chocolade wel lekker voor een zoeter alternatief, of tijm voor een kruidige smaak. Overigens kan je zo’n korrelig resultaat zeker in salades gebruiken. Iets om mee te spelen!

De conditie van mijn gezichtshuid lijkt al jaren dezelfde te zijn. Rond mijn dertiende begon ik wat last te krijgen van puistjes en dit is niet meer weggegaan of verbeterd. Daarbij heb ik een enorm vette huid. Nu wil ik wel eens weten hoe dat komt en wat ik er effectief tegen kan doen. Als de huid een reflectie is van je gezondheid vanbinnen, wil ik op de hoogte zijn van wat dat voor mij betekent.


Huid

Het meest getroffen gebied is mijn voorhoofd. Ik heb er geen echte puistjes, maar wel onzuiverheden en grote poriën. Mijn huid daar ziet er helaas niet egaal, maar rood en haast geïrriteerd uit. Dit is al enkele jaren zo en de oorzaak is me een raadsel. Ik heb het gevoel dat mijn allergieën en misschien hormonen er iets mee te maken hebben.


De rest van mijn gezichtshuid heb ik meer onder controle. Hier en daar komen af en toe kleine puistjes die ik met petitgrain olie meestal weg krijg. Mijn neus en kin daarentegen hebben vuile poriën en verslinden strips tegen mee-eters.


Trots ben ik zeker niet op deze toestand, maar in mijn eentje lijk ik niet tot een oplossing te komen. Wat ik heb geprobeerd? Een crème en prikkende gel op voorschrift van een dermatoloog. Een lijn Vichy-producten. Petitgrain- en tea tree-olie, waarvan de eerste in het begin heel goed werkte. Een setje tea tree- en zeewierproducten van The Body Shop (voor de vette/gecombineerde huid). Minder melk consumeren. Dat is wat ik zoal heb onthouden. Wat ik sinds gisterennacht gebruik? Kokosolie met een wattenstaafje en dat is het dan ook. Ik zie een heel kleine verbetering, maar wellicht is dat enkel goede hoop.


Mijn volgende idee is om ten eerste naar scrubs en peelings over te stappen. Het lijkt me bijna logisch dat een laagje vette huid weghalen voor verbetering zal zorgen, maar dat kan ik eigenlijk niet weten zonder het zelf te proberen. Ten tweede zou ik enkele weken zo weinig mogelijk suiker proberen te eten. Ik ben een verslaafde zoetekauw en wie weet wat de gevolgen daarvan zijn. Trouwens, waarom ten tweede: in de korte periodes waar ik minder suiker binnenkreeg, leek er niet echt iets te veranderen. Voor vragen over het verband met mijn allergie ben ik nog op zoek naar een geschikte expert.

Aangezien het weer steeds (langer) warmer wordt, is het de ideale tijd om bij te leren over de planten die je zelf kunt verzorgen. Buiten filmen is vaak spannend vanwege het ongecontroleerde lawaai, maar volgende filmpjes zijn prima afgehandeld.



Eigen tuin creëren
Amandine maakt in meerdere van haar video’s duidelijk hoe dol ze is op natuur. In dit werk geeft ze een rondleiding door haar prachtige en grote tuin.



Buitenshuis planten
Toegegeven, over het algemeen zijn mijn favoriete ASMR-ers vrouwelijk. Toch doet WhisperMister het zeker niet slecht. Hier toont hij hoe je lavendel kunt planten.



Minituin met ontkiemende plantjes
Als beginneling voel ik wel jaloerse kriebels voor BrittanyASMR‘s kleine ‘tuin’. Zo te zien heeft ze minder views dan ze verdient, checken dus!



Zen garden
Een ander soort tuin, maar minstens even charmant. Ik beken dat ik het via MrHeadTingles heb ontdekt en dat ik er uren mee zou spelen.



Geraakt door de natuur
Een klein tussendoortje zonder gepraat of gefluister voor tijdens je pauze. ASMRSURGE laat zien wat voor de winter in zijn oma’s tuin groeide.

 


Greetje Van den Eede werkt met haar praktijk De Natuurbalans al jaren in de natuurlijke verzorging en geeft advies voor het dagelijks gebruik van aromatherapie.



Wat zijn de bekendste manieren om aromatherapie toe te passen?
Van den Eede: ‘Inhalatie kan op verschillende manieren. Met een brandertje is iets wat de meeste mensen zich wel herinneren of al eens gezien hebben. Bovenaan is een gedeelte voor water waar etherische olie op wordt gedruppeld zodat het mee verdampt. Zonder water verbrand je de olie. Dat is eigenlijk nogal een omslachtige manier. Je hebt dan altijd een kaarsje en vuur nodig, wat niet in alle omstandigheden veilig is. Bij inhalatie neem je de geur via je ademhaling naar je hersenen op. Het wordt onmiddellijk in het limbisch systeem opgenomen oftewel geregistreerd. Geuren zijn wat je je het verst herinnert. Om in de lucht te verdampen zijn er nog andere manieren. Er zijn apparaatjes die je in het stopcontact kunt steken en die een koude verdamping geven. Dat is kwalitatief beter dan met kaarsjes. Er zijn verstuivers voor bijvoorbeeld in het toilet, dat is met pure etherische olie en dus opgelost in alcohol. Kinderen inhaleren het weleens via een aerosol, handig voor problemen in de luchtwegen. Ik geef klanten vaak een zakdoekje met wat olie of doe er een beetje op de mat in de gang of auto.
Studenten in de examenperiode kunnen aan een flesje ruiken. Of ze kunnen het op een zakdoek druppelen en daaraan snuiven. Wel moet er altijd op gelet worden dat de olie aangepast is aan de leeftijd en problematiek.’




Welke geuren worden het meest gebruikt voor de behandeling van veelvoorkomende klachten?
‘De meest gebruikte geur is lavendel; daar zijn verschillende soorten in. Velen kennen het ook en het is een beetje een algemene aroma. Het is helemaal niet slaapverwekkend maar rustgevend. Studenten die lavendel gebruiken tijdens het studeren, hebben betere resultaten dan met rozemarijn. Dat werkt opwekkend. Tweede in opmars is tea tree, goed tegen bacteriën en schimmels. Daar hebben mensen weleens last van, gezien je het bijvoorbeeld in het zwembad gemakkelijk krijgt. Eucalyptus is in mijn ervaring de derde geur die mensen het beste kennen. Daar zijn ook verschillen in en het is belangrijk om te weten dat bepaalde soorten niet door kinderen gebruikt kunnen worden. Dat heeft te maken met het vermelden van de Latijnse naam. Die naam moet op het flesje staan, anders is het kwalitatief niet oké. Eucalyptus globulus mag niet voor kinderen onder de tien jaar toegepast worden.’



Welke klachten worden het meest behandeld met deze therapie?
‘De twee meest gevraagde indicaties zijn schimmels en hoofdpijn, waar we lavendel of munt voor gebruiken. Ook stress komt veel voor. Heel vaak is het zo dat klanten iets vragen om rustiger mee te worden of om goed te slapen. Daar is trouwens het meeste over bestudeerd. Citroen is dan weer goed voor de concentratie. De combinatie van lavendel en citroen is natuurlijk super voor studenten.’



Hoe eenvoudig is aromatherapie; mag je gewoon willekeurige flesjes uit de winkel meenemen?
‘Eigenlijk zou je advies moeten krijgen. In natuurwinkels zijn mensen opgeleid en zij kunnen je over het algemeen adviseren. Bijvoorbeeld over het dagdagelijks gebruik van etherische oliën. In de apotheek is dat minder; ze hebben niet allemaal een extra opleiding gehad.’



Welk gevaar is er in het combineren van natuurlijke middelen?
‘Een overdosis is mogelijk. Een onrustig iemand die beter wil inslapen en daarom etherische olie van lavendel gebruikt, is zich soms niet bewust van de hoeveelheid. Twee druppels is eigenlijk het maximum. Stel dat de persoon vijftien druppels op zijn kussen doet, dan zou het kunnen zijn dat hij de hele nacht wakker blijft. Met kruidenthees en -infusies en capsules is het zo dat het de laagste werkzaamheid heeft. Je zou op z’n minst drie kopjes thee per dag moeten drinken. Eén of twee druppels etherische olie is meteen veel krachtiger. Je moet er dus inderdaad voorzichtig mee zijn, zien hoe je het toepast en weten waar je mee bezig bent.’



Hoe kun je je eigen geur samen stellen met etherische olie?
‘Dat is niet zo eenvoudig. Je kunt aangeven in welke richting je wil gaan, zo zijn er mensen die van bloemige of exotische geuren houden. Van daaruit ga je oliën uitkiezen. Het is wel zo dat je drie verschillende oliën moet hebben die zowel de basis-, midden- als topnoot zullen vormen. Dan moet je voor jezelf uitmaken of de aroma’s bij elkaar passen. Mensen die allergisch zijn aan parfums, komen cursussen volgen om hun eigen geurtje te maken. Wasproducten met lavendel hebben een chemisch nagemaakte geur. Dat is een beetje het nadeel aan wetenschappelijk onderzoek naar aromatherapie: men weet perfect hoeveel er van alles in zit en zo maakt men de geur na.’

ghgjh
Het toenemende verkeer blijkt volgens het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) de grootste milieuvervuiler te zijn in België. De andere grote belastende oorzaak, industrie, wordt langzaamaan schoner.



Onder meer mobiliteitsorganisatie Touring en de partij Groen beweren dat de overheid en niet de mensen schuld heeft aan het groeiende negatieve effect van het verkeer. Zelf ben ik daar niet helemaal van overtuigd. Weliswaar zullen er binnenkort eindelijk oplossingen voor wegproblemen gevonden moeten worden, zich verplaatsen gebeurt nog niet overal op een veilige manier. Files, verkeerslichten en knelpunten zijn vervelend maar toch ligt het allemaal niet enkel aan de overheid. Niemand heeft om gevaarlijke problemen in of door het verkeer gevraagd. Om vanaf nu dieselwagens extra te gaan belasten, lijkt me niet de ideale oplossing. Sensibilisatie over het vervoer is daarentegen wat heel belangrijk blijft. Vervuiling verminderen moet namelijk van de twee kanten komen. Het gaat nu nog te goed om te beseffen hoe slecht onze natuur er binnen enkele jaren aan toe zal zijn.



Mijn grootste frustratie betreft de mensen die uit gemakzucht altijd hun auto als vervoermiddel gebruiken. Natuurlijk hebben ze het recht om dat te doen, maar dikwijls komt die keuze nogal egoïstisch over. Het is algemeen bekend dat er teveel slechte stoffen worden uitgestoten en hierin spelen wagens zeker een rol. Stel dat er geen goede verbinding is met het openbaar vervoer, dan begrijp ik de beslissing om met eigen vervoer weg te gaan. Om elke dag voor een zielig kwartier reizen naar een bereikbare plek naar de auto te grijpen, dát gaat er bij mij niet in. Misschien komt het door het feit dat ik al jaren dagelijks mijn plan moet zien te trekken met de bus en trein. Eerst was dat uit noodzaak, nu is het eerlijk gezegd vooral een bewuste keuze. Ik kan me niet veroorloven om er behalve geld ook gezondheid van anderen aan te verspillen. Bovendien geef ik net iets teveel om de toekomst van onze planeet.



Daarnaast heeft de burger vaak gewoon wél de keuze om al dan niet kilometers met de wagen te rijden om te werken en te leven. Laatst zag ik nog eens een fiets met aan het zadel een Weer een auto minder-plaatje van 11.11.11. Die bordjes zijn van een actie uit 2011. Ik wil niet zeggen dat we onze wagens voorgoed moeten parkeren en alles met de fiets moeten doen. Toch juich ik de eigenaar van de plaatjesfiets in gedachten toe en hoop ik dat meer mensen hetzelfde als hem of haar zullen inzien. Om een franke conclusie te trekken: ja, meestal vind ik autogebruikers best asociale vervuilers.